6 Criteria om grensoverschrijdend gedrag te onderscheiden

1. Wederzijdse toestemming

2. Vrijwilligheid

3. Gelijkwaardigheid

4. Ontwikkeling

5. Context

6. Impact

1. Wederzijdse toestemming

👉 Is iedereen akkoord met wat er gebeurt?

  • Een leider tilt een jongere onverwacht op tijdens een spel → de jongere voelt zich niet veilig en heeft dit niet toegestaan.
  • Jongeren beginnen iemand te kietelen terwijl die duidelijk zegt: “Stop!” → De grens wordt genegeerd.
  • Een foto van een jongere wordt zonder toestemming gedeeld op sociale media.

2. Vrijwilligheid

👉 Kan iemand écht vrij kiezen om mee te doen of niet?

  • Een jongere wordt “vriendelijk gedwongen” om mee te bidden, terwijl hij dat niet wil.
  • Tijdens een spel wordt gezegd: “Iedereen moet meedoen, anders ben je een spelbreker” → de vrijheid om nee te zeggen verdwijnt.
  • Een leider zegt: “Komaan, doe nu maar mee, anders ben je fl auw” → sociale druk i.p.v. vrije keuze.

3. Gelijkwaardigheid

👉 Is er balans in macht, leeftijd, positie of kracht?

  • Een oudere leider fl irt met een veel jongere deelnemer → machtsongelijkheid.
  • Een leider kiest altijd dezelfde jongeren uit voor de leukste taken → de rest voelt zich minderwaardig.
  • Sterkere jongeren gebruiken hun kracht om een zwakkere te overmeesteren bij een tikspel.

4. Ontwikkeling

👉 Past het bij de leeftijd en de ontwikkeling van de jongere?

  • Een leider maakt seksueel getinte opmerkingen tegen 13-jarigen → niet passend bij hun ontwikkelingsfase.
  • Jongeren worden gevraagd zware koffers te dragen die fysiek te zwaar zijn voor hun leeftijd.
  • Een leider verwacht dat 10-jarigen zich gedragen als “mini-leiders” en legt te veel verantwoordelijkheid op hen.

5. Context

👉 Is het gedrag gepast in deze setting of situatie?

  • Een “grapje” dat misschien kan tussen vrienden, maar niet okĂ© is in de jeugdgroep (bv. scheldwoorden).
  • Bij een kampvuur begint een leider persoonlijke geheimen van een jongere hardop te delen met de groep.
  • In de groepschat van het kamp worden memes gedeeld die racistische stereotypen bevatten.

6. Impact

👉 Welke impact heeft het gedrag op degene die het meemaakt?

  • Een jongere wordt herhaaldelijk buitengesloten → voelt zich minderwaardig en haakt af.
  • Iemand wordt online belachelijk gemaakt → schaamte en angst om terug te komen naar de groep.
  • Een leider zegt kwetsende woorden → de jongere durft hem/haar later niets meer toe te vertrouwen.