1. Wederzijdse toestemming
2. Vrijwilligheid
3. Gelijkwaardigheid
4. Ontwikkeling
5. Context
6. Impact

1. Wederzijdse toestemming
👉 Is iedereen akkoord met wat er gebeurt?
- Een leider tilt een jongere onverwacht op tijdens een spel → de jongere voelt zich niet veilig en heeft dit niet toegestaan.
- Jongeren beginnen iemand te kietelen terwijl die duidelijk zegt: “Stop!” → De grens wordt genegeerd.
- Een foto van een jongere wordt zonder toestemming gedeeld op sociale media.
2. Vrijwilligheid
👉 Kan iemand écht vrij kiezen om mee te doen of niet?
- Een jongere wordt “vriendelijk gedwongen” om mee te bidden, terwijl hij dat niet wil.
- Tijdens een spel wordt gezegd: “Iedereen moet meedoen, anders ben je een spelbreker” → de vrijheid om nee te zeggen verdwijnt.
- Een leider zegt: “Komaan, doe nu maar mee, anders ben je fl auw” → sociale druk i.p.v. vrije keuze.
3. Gelijkwaardigheid
👉 Is er balans in macht, leeftijd, positie of kracht?
- Een oudere leider fl irt met een veel jongere deelnemer → machtsongelijkheid.
- Een leider kiest altijd dezelfde jongeren uit voor de leukste taken → de rest voelt zich minderwaardig.
- Sterkere jongeren gebruiken hun kracht om een zwakkere te overmeesteren bij een tikspel.
4. Ontwikkeling
👉 Past het bij de leeftijd en de ontwikkeling van de jongere?
- Een leider maakt seksueel getinte opmerkingen tegen 13-jarigen → niet passend bij hun ontwikkelingsfase.
- Jongeren worden gevraagd zware koffers te dragen die fysiek te zwaar zijn voor hun leeftijd.
- Een leider verwacht dat 10-jarigen zich gedragen als “mini-leiders” en legt te veel verantwoordelijkheid op hen.
5. Context
👉 Is het gedrag gepast in deze setting of situatie?
- Een “grapje” dat misschien kan tussen vrienden, maar niet oké is in de jeugdgroep (bv. scheldwoorden).
- Bij een kampvuur begint een leider persoonlijke geheimen van een jongere hardop te delen met de groep.
- In de groepschat van het kamp worden memes gedeeld die racistische stereotypen bevatten.
6. Impact
👉 Welke impact heeft het gedrag op degene die het meemaakt?
- Een jongere wordt herhaaldelijk buitengesloten → voelt zich minderwaardig en haakt af.
- Iemand wordt online belachelijk gemaakt → schaamte en angst om terug te komen naar de groep.
- Een leider zegt kwetsende woorden → de jongere durft hem/haar later niets meer toe te vertrouwen.


