Vier jongerenwerkers, een conferentie in Barcelona en een bouwwerk dat al
meer dan 140 jaar in de maak is.
Daar stonden we dan. Vier jongerenwerkers uit het kleine Vlaanderen, ergens in Barcelona, voor de indrukwekkende Sagrada Familia. Het was al donker. We konden het gebouw alleen van buiten bewonderen, maar zelfs in het donker was het moeilijk om niet onder de indruk te zijn. In de zacht verlichtte glas-in-lood-ramen zagen we bezoekers gestaag hun bezoek brengen aan dit imposante bouwwerk. Zelfs in het donker herkenden we prachtige symbolen die getuigen van het liefdesverhaal van God dat mensen hun levens kan veranderen.
Al meer dan 140 jaar wordt er aan deze bijzondere basiliek gebouwd. Generaties bouwvakkers, kunstenaars en architecten hebben eraan meegewerkt. Betaald met de giften en entreetickets van bewonderaars van over de hele wereld. Mensen die wisten dat ze het eindresultaat misschien nooit zouden zien, maar die toch hun steentje bijdroegen.
We waren met vier jongerenwerkers naar ADVANCE, de Mandate Conference van PYE Network, gekomen. Om samen met tientallen jongerenwerkers van over heel Europa (en ver daarbuiten) na te denken over onze rol in het leven van de jongeren van onze kerk.
Voor wie zijn wij eigenlijk aan het bouwen?
Want misschien lijkt jongerenwerk wel meer op de bouw van de Sagrada Familia dan we denken. We investeren, begeleiden, moedigen aan en geven door. Maar de volledige uitkomst van wat we vandaag doen, zullen we misschien nooit zelf zien. En misschien is dat helemaal niet erg. Want we bouwen niet aan ons eigen monument.
We mogen meebouwen aan wat God in de volgende generatie wil doen.
Op de schouders van reuzendoders
Tijdens de conferentie klonk een uitspraak die bij me bleef hangen: “The giant killer had become the floor for the next generation.” David versloeg Goliath. Een indrukwekkend verhaal over geloof en moed. Maar Davids verhaal stopte niet bij die overwinning.
In 1 Samuël 22:1-2 lezen we hoe mensen die het moeilijk hadden, schulden hadden of ontevreden waren, zich bij David aansloten. Het waren niet meteen de mensen van wie je zou verwachten dat ze later moedige strijders zouden worden. Toch groeide er rond David een groep mannen van wie sommigen later bekendstonden om hun bijzondere moed en daden.
David had zelf een reus verslagen. Maar zijn invloed ging verder dan zijn eigen overwinning. En daar zit voor mij een belangrijke les. Meer dan ooit besef ik dat ook ik op de schouders van reuzendoders sta. Mensen die vóór
mij stappen in geloof hebben gezet, moeilijke beslissingen hebben genomen en ruimte voor mij hebben gemaakt. Maar voor wie maken jij en ik vandaag ruimte?
Durven we jongeren verantwoordelijkheid te geven, ook wanneer ze nog niet alles kunnen? Durven we hen fouten te laten maken? En durven we kansen te geven aan jongeren die op het eerste gezicht helemaal niet op leiders lijken? Of maken we de toegang tot leiderschap soms te smal? Laten we hun achtergrond, hun
verleden of het aantal jaren dat ze christen zijn mee bepalen hoeveel vertrouwen we hun geven?
Jongeren moeten weten wie ze zijn
Een tweede gedachte die me raakte, ging over identiteit. David wist wie hij was. David stond tegenover Goliath als een jonge herder. Hij was al tot koning gezalfd, maar niemand zag op dat moment een koning in hem. Toch liet David zich niet bepalen door zijn leeftijd, zijn ervaring of de indrukwekkende verschijning van Goliath. Hij vertrouwde op de God die hem geroepen had en die hem eerder al had geholpen.
Weten onze jongeren wie ze zijn? Vanuit welke identiteit ze in hun situaties mogen stappen? Zijn ze zich bewust dat ze dat mogen doen als kinderen van de hoogste God? En hoe kijken wij eigenlijk naar de jongeren in onze kerken? Zien we vooral hun onzekerheden, hun fouten, hun gebrek aan ervaring? Of zien we wie ze in Christus mogen zijn? Is hun identiteit als kind van de hoogste God ons startpunt?
Onze jongeren moeten horen dat ze mogen uitstappen als geliefde kinderen van
de allerhoogste Koning.
Niet omdat ze al geweldige leiders zijn. Niet omdat ze alles perfect doen. Maar omdat hun identiteit niet begint bij hun prestaties, wel bij God. Willen we verschil maken dan spreken we hen vaker aan vanuit die identiteit.
We stoppen met enkel bidden dat jongeren meer geloof krijgen. En bidden ook om meer geloof voor onszelf. Geloof om hen te vertrouwen, om hen ruimte te geven en om te geloven dat God ook door hen grote dingen kan doen.
Niet alleen gered, maar ook gezonden
Een andere uitspraak tijdens de conferentie was: “Saved to be sent.” In Johannes 20:21 zendt Jezus zijn leerlingen uit, zoals de Vader Hem gezonden heeft. Dat geldt niet alleen voor ervaren leiders, voorgangers of mensen die al jarenlang christen zijn. Ook jongeren mogen ontdekken dat God hen uitnodigt om deel te nemen aan wat Hij
doet.
Tijdens de conferentie werd het beeld gebruikt van een vijver en een rivier. Een vijver ontvangt water, maar een rivier laat het verder stromen. Dat beeld daagt mij uit. Is het jongrenwerk in mijn kerk, een plek waar we ze vooral leren te ontvangen? Of leren we hen ook om uit te delen wat ze ontvangen hebben? Jezus gaf zijn leerlingen niet alleen kleine taakjes. Hij vertrouwde hun verantwoordelijkheid toe, gaf hun gezag en zond hen uit. En dat terwijl ze nog lang niet alles begrepen. We hoeven niet meer te wachten tot jongeren er helemaal klaar voor zijn. Laten we doen wat Jezus deed en hen juist meer vertrouwen geven, zodat er ze ruimte krijgen om te groeien.
De volgende generatie bouwt verder
Als ik terugdenk aan de Sagrada Familia, zie ik niet alleen een prachtig gebouw. Ik zie ook een verhaal van generaties die op elkaars werk voortbouwen. De ene generatie legt een fundament. De volgende bouwt muren. Weer anderen voegen details toe die het geheel nog mooier maken. Niet iedereen ziet het eindresultaat. Niet iedereen krijgt dezelfde taak. Maar iedereen kan een bijdrage leveren.
Dat is mijn verlangen voor de kerk in Vlaanderen, Europa en ver daarbuiten. Dat de kerk een plaats is waar generaties samen bouwen. Waar jonge mensen niet alleen de toekomst van de kerk genoemd worden, maar vandaag al ruimte krijgen om mee te bouwen, in de brede zin van het woord. Waar leiders niet beoordeeld worden op hoeveel ze zelf bereiken, maar ook op hoeveel anderen dankzij hen kunnen groeien. Een plaats waar we niet bang zijn om verantwoordelijkheid door te geven. Geen doodgeknepen jongerenwerk, omdat we zo overtuigd zijn van onze eigen visie, missie en opgebouwde kerkcultuur. Waardoor we moeilijk een stap opzij zetten voor de jongere generatie. Want misschien is de mooiste vraag die we als jongerenwerkers kunnen stellen niet: “Wat heb ik bereikt?” Maar: “Wie kan er dankzij mij verder bouwen?”
Wat me tijdens deze conferentie misschien nog het meest bemoedigde, was de ontdekking dat we niet alleen staan. De vragen waarmee wij in ons jongerenwerk worstelen, leven ook bij jongerenwerkers uit heel Europa en ver daarbuiten. Over kerkmuren, landsgrenzen en generaties heen klinkt hetzelfde verlangen: jongeren helpen groeien in hun geloof en ruimte maken voor de leiders van morgen. We bouwen ieder op onze eigen plek, maar we bouwen aan iets wat veel groter is dan onszelf.
Ik ben terug gekomen met veel om over na te denken, maar vooral met een gebed: Heer, geef mij meer geloof. Meer geloof in wat U kan doen door de jongeren die U aan ons toevertrouwt. Leer mij niet alleen zelf te bouwen, maar ook ruimte te maken voor de volgende generatie.
Die avond in Barcelona zagen we niet het hele bouwwerk. In het donker konden we niet elk detail onderscheiden. Toch was het duidelijk dat daar iets bijzonders groeide. Ook in het jongerenwerk zien we niet altijd wat God aan het bouwen is. “You don’t have to see the whole story to choose to go.”
Misschien zullen we nooit het volledige bouwwerk zien. Maar dat hoeft ons niet tegen te houden om vandaag onze steen te leggen. We mogen erop vertrouwen dat de volgende generatie dingen zal bouwen die wij zelf nooit hadden kunnen bedenken. Juist omdat we bouwen aan wat God toebehoort.



